Flights to freedom april 2026
Afgelopen april hebben er, m.b.v. alle geweldige vrijwilligers hier en in Spanje, 3 prachtige...
Blog: het reilen en zeilen in een Spaans hondenasiel; geld.
Hoe komen we aan geld… tja dat is nog niet zo simpel. Mijn eerste reactie ‘laat de gemeente er...
Blog: Het reilen en zeilen in een Spaans hondenasiel; therapie groep.
Over het algemeen zijn de honden die door de politie of Seprona binnen gebracht worden er het...
Beschrijving Podenco Malagueño
Over deze Podenco is weinig bekend en is niet erkend door de FCI, maar er is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek in Spanje over de Podenco Malagueño verricht.
De Podenco Malagueño is een ras, variant of ecotype, wat men prefereert, in de groep van Iberische Andalusische podenco's. Het is een onvervalste Spaanse podenco uit Andalusië die perfect is aangepast aan het klimaat, de topografie van het land en uiteindelijk voor de jacht in de provincie Malaga, met een specialisatie in de jacht op konijnen.
Men definiëert de Podenco Malagueño als een Podenco ideaal geschikt voor de jacht op konijnen, alleen of samen jagend in een roedel, met zijn nerveuze manier van doen en zijn karakteristieke geblaf, maakt hij tijdens de jacht gelijktijdig gebruik van geur, zicht en gehoor. Het is een hele natuurlijke jachthond, ingetogen, goed geproportioneerd en gespierd, dit is misschien de reden waarom hij meer elegante hondenrassen heeft overleefd, of het bewijs dat de selectie in dit ras louter gebeurt op basis van functionaliteit, doordat de Malagueño een praktische jager is, die de jacht niet ziet als een spel.
Op het platteland hebben boeren en jagers bijgedragen aan de culturele verrijking, door zorg te dragen voor het voortbestaan van de Spaanse waterhond, de Malaguenese geit en de Podenco Malagueño.
Ondanks dat de Podenco Malagueño internationaal niet erkend is, net als de Podenco Andaluz, kan men op basis van wetenschappelijk onderzoek aantonen dat het bestaan van het ras Podenco Malagueño een realiteit is. De Podenco Malagueño is wetenschappelijk onderzocht op een bepaald raspatroon. Hierbij kan men verwijzen naar twee belangrijke data in de recente geschiedenis van hondenrassen: Nationaal Symposium van Spaanse hondenrassen in 1982 en het Internationaal Symposium van Spaanse hondenrassen in 1992.
De groep van inheemse Spaanse Podenco rassen wordt onderverdeeld in 3 categorieën afhankelijk van de grootte (kleine, midelgrote en grote, met drie variaties in haar (kort, lang, en ruwharige), zoals reeds beschreven door de bekende jager Raul Bengoechea in artikelen reeds gepubliceerd in 1961.
De Iberische, Spaanse of Andalusische Podenco heeft niets te maken met de Podenco Ibicenco of Podenco Canario noch de Podengo Portugese, noch de Cirneco dell''Etna. Al deze rassen kunnen worden afgeleid uit een verre gemeenschappelijke stam, maar de verschillen zijn duidelijk.
Gezien het feit dat ras een weerspiegeling is van zijn omgeving kan niet worden ontkend dat iedere Podenco 'gedoopt' wordt met een naam die betrekking heeft op het gebied waar hij voorkomt: Podenco Campanero, Podenco Gallego, Podenco Alicantino, Podenco Andaluz etc. Ze hebben gemeen dat zij uit een bepaalde regio komen en aan specifieke voorwaarden moeten voldoen, met een aantal dingen gemeen en een aantal duidelijke verschillen qua bouw.
De Podenco Malagueño kan niet worden vergeleken met middelgrote Podenco's uit andere regio's. Na het bestuderen van verschillende morfologische relaties binnen hetzelfde ras, die rechtsstreeks verband houden met hun jachtstijl en gedrag in het veld, merken we dat ze allemaal verschillende vaardigheden hebben, die complementair zijn aan de taak van jacht op harde en droge grond. Dit was de reden dat leidde tot de ontdekking van de Podenco Malagueño, op basis van de Morfologie, gedrag, en de jachtstijl samen, die duidelijk afwijkend is.
Zo jaagt de Podenco Malagueño met zijn hoofd half omlaag zonder de grond te raken. Opvallend zijn de bewegingen met het hoofd, de trage draf en de langzame zigzag bewegingen tijdens het zoeken. Wandelend heen en weer, heen en weer zonder de roedelleider uit het oog te verliezen, staat constant in contact met de jager en geeft met de beweging van zijn staart een indicatie van het opmerken van wild.
Samenvattend kunnen we stellen dat de Iberische Andalusische Podenco Malagueño een middelgrote hond is, die jaagt met gebruik van gehoor, reuk en zicht, met het hoofd robuuster en hoger gedragen bij reuen dan bij teven. De Podenco Malagueño is een geboren jager, van middelgrote hoogte 44 tot 50 cm. Langschedelig, staande oren, goed geproportioneerd en gespierd, met een goede reuk, zicht en gehoor, perfect aangepast aan het klimaat en het reliëf van het terrein in de provincie Malaga en gespecialiseerd in de jacht op konijnen.
De Podenco Malagueño is een onfeilbaar wapen voor de vangst van een konijn met zijn "tanden" ("a diente"), zonder de noodzaak van jachtgeweren.

FCI-Standaard Nr. 248/09.04.2007/NL
Land van herkomst: Malta.
Patronaatsland: Groot-Brittannië.
Datum van de publicatie van de originele geldende standaard: 24.06.1987
Gebruik: Een waakzame felle jager die jaagt met de neus en op het gezicht en tot op zekere hoogte zijn oren gebruikt als het wild dichtbij is.
Classificatie F.C.I.: Groep 5 Spitsen en oertypes.
Sectie 6 Oertypes.
Zonder werkproef.
Algemene verschijning
Middelgroot, adellijke houding met scherpe belijning. Elegant maar krachtig. Zeer snel met vrij, licht gangwerk en waakzame expressie.
Gedrag/karakter
Waakzaam, intelligent, vriendelijk, aanhankelijk en speels.
Hoofd
Voorsnuit iets langer dan de schedel. De bovenkant van de schedel parallel met de snuit. Het hele hoofd ziet eruit als een stompe wig, gezien en profiel en van boven af.
SchedelgedeelteSchedel: Lang, smal en goed besneden.
Stop: Slechts weinig stop.
GezichtsgedeelteNeus: Alleen vleeskleurig, overeenkomend met de kleur van de vacht.
Kaken/gebit: Krachtige kaken met sterk gebit. Tanggebit, d.w.z. de bovenste snijtanden sluiten vlak over de ondertanden en staan rechtop in de kaken.
Ogen: Amberkleurig, overeenkomend met de vacht; ovaal, matig diep geplaatst, met wakkere, intelligente uitdrukking.
Oren: Matig hoog aangezet; rechtop gedragen als de hond waakzaam is, maar zeer beweeglijk; breed aan de basis, fijn en groot.
Hals
Lang, slank, gespierd en licht gebogen. Droge keelbelijning.
Lichaam: Lenig, met bijna rechte bovenbelijning. De lengte van het lichaam van borst tot zitbeen iets groter dan de schofthoogte.
Croupe: Licht aflopend van de croupe tot de staartaanzet.
Borstkas: Diep, reikt tot de punt van de elleboog. Ribben goed gewelfd.
Buik: Matig oplopend.
Staart
Middelmatig hoog aangezet, tamelijk dik aan de basis en spits toelopend (als een zweep), reikt in ruststand tot net onder de hak. Hoog gedragen en gebogen als de hond in actie is. De staart moet niet opgetrokken zijn tussen de benen. Een gedraaide staart is ongewenst.
Ledematen
Voorhand: Voorbenen recht en parallel.
Schouder: Sterk, lang en goed naar achteren liggend.
Elleboog: Goed aansluitend.
Middenvoet: Sterk.
Achterhand: Sterk en gespierd. Van achteren gezien ledematen parallel.
Knie: Matige hoeking.
Tweede dij: Goed ontwikkelt.
Voeten: Sterk, goede knokkels en stevig, niet naar binnen of naar buiten gedraaid. Voeten met goede kussens. Wolfsklauwen mogen verwijderd zijn.
Gangwerk/bewegingVrij en vloeiend; hoofd tamelijk hoog gedragen en de hond moet zonder enige duidelijke moeite veel grond beslaan. Benen en voeten moeten in lijn met het lichaam bewegen; elke neiging tot naar buiten draaien van de voeten of hoog steppende (hackney) actie is zeer ongewenst.
Vacht
Beharing: Kort en glanzend, van fijn en dicht tot enigszins ruw; geen bevedering.
Kleur: Geel of donkergeel (rich tan) met witte aftekeningen als volgt toegestaan: witte punt aan staart gewenst. Wit op de borst ('de ster' genoemd). Wit aan de tenen. Smalle witte bles midden op het gezicht toegestaan. Vlekken of ander wit dan genoemd ongewenst.
Hoogte:
Reuen ideaalmaat 56 cm (56-63,5 cm)
Teven ideaalmaat 53 cm (53-61 cm)
Fouten:
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout in aanmerking wordt genomen moet in de juiste proportie zijn met de mate ervan en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.
Elke hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen vertoond moet gediskwalificeerd worden.
N.B. Manlijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben die geheel in het scrotum afgedaald zijn.
Oorsprong
Ofschoon als land van oorsprong Malta wordt opgegeven, blijkt uit tekeningen en geschriften dat de hond reeds 4000 jr. v.C. in Egypte werd aangetroffen en daar als jachthond werd gebruikt en gefokt. Men veronderstelt dat de Pharao-hond, net als alle andere windhonden - met uitzondering van de Ierse Wolfshond en de Deerhound - vanuit Azie overgebracht zijn naar Egypte. Vanuit Egypte hebben blijkbaar de Phoeniciers deze honden met zich meegenomen toen ze zich op Malta en Gozo vestigden. In verschillende niet-Egyptische landen zijn op den duur uiterlijke veranderingen waar te nemen. Alleen de bevolking van de Balearen heeft, vermoedelijk door de afzonderlijke ligging van deze eilanden, het zuivere type van de oude honden weten te behouden. Ook op het eiland Ibiza treft men nog honden aan, die een treffende overeenkomst vertonen met de in Egypte voorkomende afbeeldingen op graftomben (4000 jr.v.C.) van een hond met puntige oren en een lang spits hoofd. Deze Balearische nomaden zijn naar men veronderstelt, de voorvaders van de Cirneco dell'Etna uit Sicilie en de Podenco Ibicenco uit Spanje.
Deze twee rassen tonen dan ook veel gelijkenis met de Pharaohond, hetgeen een bevestiging is van het vermoeden dat al deze honden uit een en dezelfde stam - uit Midden-Azie of Afrika afkomstig - voortkomen.Recente historie
Op Malta worden ze momenteel nog steeds gebruikt voor de konijnenjacht en voor zover na te gaan, bestaan ze daar reeds 2000 jaren. Het type is, in de 5000 jaren dat dit ras bestaat, hoegenaamd niet veranderd. Ongeveer in 1920 werden de eerste exemplaren naar Engeland gebracht, doch in 1968 hield men zich pas echt bezig met dit ras. Momenteel is de Pharao hond in heel de wereld een erkend ras en heeft in diverse landen zijn eigen rasvereniging.
Uiterlijk
De Pharaohond is van middelmatige grootte, heeft een elegante houding en een strak getekend silhouet. De beweging tijdens het werken is soepel maar toch krachtig, de hond is zeer behendig. Het hoofd is lang, smal en droog; voorsnuit is iets langer dan de schedel, weinig stop. Ogen ovaal van vorm en niet te diep liggend, barnsteenkleurig. De oren zijn matig hoog aangezet, overeind staand bij allertheid, zeer beweeglijk, dun en groot met een brede aanzet! Scharend volledig gebit. Neus altijd bruin als de kleur van de vacht. De hals is lang, droog en licht gebogen. Goed gehoekte voor- en achterhand; benen staan parallel. Het lichaam is soepel met een bijna rechte ruglijn, diepe borst tot aan de ellebogen, goed gewelfde ribben, bekken iets meer gehoekt dan normaa, buik licht opgetrokken, iets langer dan hoog, krachtig gespierde achterhand met behoorlijk bone.
Vloeiend en natuurlijk gangwerk: het hoofd wordt hoog gedragen. Staart is van middelmatige lengte, dik bij de aanzet, dun uitlopend, in rust iets over het spronggewricht, in aktie wordt de staart hoog en gebogen gedragen. Vacht: kort en glanzend van fijne en dicht tot licht harde structuur, geen franjes. Kleur: roodbruin, varierend van licht tot donker; witte afrekening alleen toelaatbaar aan de staartpunt (zeer gewenst), aan de borst, aan de tenen en op het hoofd in de vorm van een witte streep. Ideaalmaat voor reuen: 56 cm en voor teven 53 cm.
Aard/karakter
Door zijn natuurlijke aanleg voor de jacht voelt de Pharaohond zich uitstekend thuis op een renbaan en/of coursing-terrein. In Nederland zijn hiervoor vele mogelijkheden. De Pharaohond heeft veel aandacht en beweging nodig, hetgeen zich o.a. uit in het 'vragen' aan het baasje om een spelletje. Ook in het vrije veld zullen ze onophoudelijk blijven zoeken met hun ogen - en typisch voor deze (half)wind- honden ook met hun neus - naar eventuele konijnen, hazen of iets anders wat de moeite waard is. Deze eigenschappen vragen natuurlijk wel het een en ander van de eigenaar die deze 'sportiviteit' van de hond moet kunnen begrijpen en waarderen. Uiteraard is met een consequente opvoeding de intelligente Pharaohond wel het nodige te leren, maar het diepgewortelde jachtinstinct blijft 'natuurlijk' toch aanwezig. De hond hiervoor straffen zou onredelijk zijn en door een windhond ook absoluut niet worden begrepen. Tegenover vreemde mensen zal de Pharaohond zich in het algemeen wat gereserveerd opstellen. Tegenover bekenden daarentegen zal hij zich enthousiast en volkomen betrouwbaar gedragen. Dit laatste geldt ook voor de omgang van de hond met kinderen.

FCI-Standaard Nr.: 199/03.07.2007/NL
Land van herkomst: Italië.
Datum van publicatie van de originele geldende standaard: 27.11.1989.
Gebruik: Jachthond, speciaal voor de jacht op wilde konijnen.
Klassificatie F.C.I.:Groep 5 Spitsen en oertypes.
Sectie 7 Oertype jachthonden.
Zonder werkproef.
Kort historisch overzicht
In oude, klassieke studies over het onderwerp van hondenrassen die verspreid zijn in het Middellandse Zeegebied kwam men tot de conclusie dat de Cirneco dell'Etna afstamt van de oude jachthonden die gefokt werden in het Nijldal in de tijd van de farao's, honden die met de Feniciërs op Sicilië zijn terechtgekomen. Maar zeer recente onderzoeken spreken over een nieuwe opvatting dat het een inheems ras is van Siciliaanse oorsprong, juist in de omgeving van de Etna. Munten en gravures zijn werkelijjk het bewijs dat de Cirneco vele eeuwen voor Chr. in deze streek voorkwam.
Algemene verschijningOertype hond van elegante en slanke bouw, middelgroot, niet plomp, robuust en sterk. Van morfologische bouw; met vrij lange belijning, lichte bouw; zijn lichaam past in een vierkant; de vacht is fijn.
Belangrijke verhoudingen:
Lengte van het lichaam gelijk aan de hoogte van de schoft (vierkant gebouwd).
Diepte van de borst iets kleiner dan de hoogte van de grond tot de elleboog.
Lengte van de snuit is minder dan de lengte van het hoofd (de verhouding schedel-snuit is 10:8, maar de voorkeur wordt gegeven aan honden wier lengte van de snuit even lang is als die van de schedel).
Gedrag/karakter
Jachthond, aangepast aan het moeilijke terrein, speciaal voor de jacht op wilde konijnen; begiftigd met veel temperament en hij is tegelijkertijd vriendelijk en aanhankelijk.
Hoofd
SchedelgedeelteSchedel: In de lengte ovale vorm, de bovenassen van schedel en snuit zijn nauwelijks divergerend of parallel. Het bovenprofiel van de schedel is zo weining bol dat het bijna vlak lijkt; de breedte van de schedel tussen de jukbeenderen moet niet meer zijn dan de halve lengte van het hoofd; de wenkbrauwbogen zijn niet zeer prominent, de voorhoofdsgroef is slechts weinig opvallend; de schedelkam en de achterhoofdsknobbel zijn slechts weinig ontwikkeld.
Stop: Duidelijk geaccentueerd in de vorm van een hoek van ongeveer 140 gr.
GezichtsgedeelteNeus: Rechthoekig van vorm, tamelijk groot, de kleur komt overeen met de kleur van de vacht (tamelijk donker kastanjebruin, licht kastanjebruin, vleeskleur).
Snuit: De lengte van de snuit is minstens 80 % van de schedellengte; de diepte of hoogte ervan (gemeten in het midden van de snuit) heeft minstens de juiste lengte; de breedte ervan (gemeten in het midden van de snuit) is minder dan de halve lengte. De snuit is daarom spits met een rechte bovenlijn van de voorsnuit; de onderlijn ervan wordt van opzij bepaald door de onderkaak.
Lippen: Fijn, dun en strak en ze bedekken alleen het gebit van de onderkaak. Het slijmvlies in de mondhoek is nauwelijks zichtbaar.
Kaken/Gebit: Kaken normaal ontwikkeld, ofschoon ze niet sterk lijken; onderkaak licht ontwikkeld, met terugwijkende kin. Snijtanden staan recht op de kaken en passen bij elkaar. De elementen zijn goed ontwikkel en vormen een compleet scharend gebit.
Wangen: Vlak.
Ogen: De ogen, die tamelijk klein lijken, hebben een okerkleur, niet te donker, amberkleur of zelfs grijs, nooit bruin of donkere hazelkleur; in zijdelingse positie; zachte uitdrukking; ovaal gevormd, met pigment van de ooglidranden stemmen overeen met de kleur van de neus.
Oren: Zeer hoog aangezet en dicht bij elkaar, driehoekige vorm met smalle punt, moeten niet gesneden zijn. Hun lengte is niet meer dan de halve lengte van het hoofd.
Hals
De bovenbelijning goed gebogen (convex). De lengte van de hals is gelijk aan een geknotte kegel; de spieren zijn duidelijk te zien, vooral aan de top van de nek. Huid fijn en strak gespannen, goed passend; geen halskwab.
Lichaam
Bovenbelijning: Recht, loopt elegant van de schoft naar de romp.
Schoft: Steekt boven de ruglijn uit, is smal door de convergentie van de schouderbladen; gaat harmonieus over in de nek, zonder enige onderbreking van de belijning.
Rug: Bovenbelijning recht, met middelmatig ontwikkelde spieren; de lengte van het borstgedeelte is ongeveer 3 maal de lengte van de lende.
Lenden: De lengte van de lenden bereikt ongeveer 1/5 van de hoogte aan de schoft en de breedte ervan is even lang; spieren zijn kort en nauwelijks zichtbaar, maar stevig.
Croupe: Bovenbelijning tamelijk vlak, loopt schuin af met een hoek van ongeveer 24 gr. met de horizontale lijn. De lengte van deze magere en stevige aflopende romp heeft een lengte van ongeveer bijna de helft van de lengte; spieren van de romp zijn niet zichtbaar.
Borstkas: De lengte van de borstkas is iets groter dan de helft van de schofthoogte (ongeveer 57%) en de breedte (gemeten op het breedste punt) is iets minder dan1/3 van de schofthoogte; de borstkas reikt tot, of bijna tot, het niveau van de elleboog, maar niet daaronder; de ribben zijn slechts licht gewelfd, maar nooit vlak; de omtrek van de borstkas die ongeveer 1/8 groter is dan de schofthoogte, is bepalend voor een nogal smalle borstkas.
Onderbelijning: Het profiel van onderen komt overeen met een gelijkmatige lijn van de buik zonder een ploteselinge onderbreking. Buik slank en opgetrokken, flanken van gelijke lengte als die van de nierstreek.
Staart
Laag aangezet, tamelijk dik en over de hele lengte even dik, zeer lang, reikt tot of iets lager dan het niveau van de hak; in rust gedragen als een sikkel; als de hond waakzaam is draagt hij hem als een trompet boven de rug; zacht haar.
Ledematen
Voorhand: Voorbenen recht en evenwijdig. In profiel raakt de verticale lijn van de punt van het schouderblad de punt van de tenen. Een andere verticale lijn vanaf het spaakbeen deelt het onderbeen en de middenvoet in twee meer of minder gelijke delen die eindigen op de halve lengte van de middenvoet. Van voren gezien moet het been corresponderen met een verticale lijn vanaf de punt van het schouderblad die de opperarm, onderbeen, middenvoet en voet in twee min of meer gelijke delen verdeelt. De hoogte van het voorbeen vanaf de grond tot de elleboog is iets meer dan de helft van de schofthoogte.
Schouders: De lengte van het schouderblad moet ongeveer 1/3 van de schofthoogte zijn, met een hoek onder de horizontale lijn van 55 gr.; de bovenste punten van de bladen liggen dicht bij elkaar; de hoek tussen schouderblad en opperarm is 115 gr. to 120 gr.
Opperarm: De lengte is gelijk aan de halve lengte van het been, gemeten van de grond tot de elleboog; vrijwel of precies evenwijdig aan het middenvlak van het lichaam, iets schuin onder de horizontale lijn, met opmerkelijke en duidelijke spieren.
Elleboog: Geplaatst ter hoogte van of onder de lijn van het borstbeen, evenwijdig met het zwaartevlak van het lichaam; de hoek tussen opperarm en onderbeen meet ongeveer 150 gr.
Onderbeen: De lengte is gelijk aan het derde deel van de schofthoogte, recht en evenwijdig; de groef tussen onderbeen en middenvoet is heel duidelijk; de botstructuur is licht maar zeer stevig.
Polsgewricht: Het verlengde van de rechte lijn van het onderbeen; het erwtvormige bot is prominent.
Voormiddenvoet: De lengte mag niet minder zijn dan 1/6 van de hoogte van het onderbeen, gemeten van de grond tot de elleboog; breder dan het polsgewricht, maar vlak en droog, de middenvoet loopt een beetje af van achteren naar voren; de botstructuur is vlak en dun.
Voorvoet: Ovaal van vorm (hazenvoet) met goed aaneengesloten en gebogen tenen; sterke en gebogen nagels, bruin of vleeskleurig tot bruin, maar nooit zwart; voetkussens van dezelfde kleur als de nagels.Achterhand: Recht en evenwijdig. In profiel gezien een verticale lijn die van het heupbeen naar de grond loopt en de toppen van de tenen raakt of bijna raakt. Van achteren gezien splitst een verticale lijn, getrokken van het achterste punt van het zitbeen tot de grond, de punt van de hak, het middenvoetsbeen en de achtervoeten in twee gelijke delen. De lengte van het achterbeen is ongeveer 93% van de schofthoogte.
Bovendij: Lang en breed. De lengte is 1/3 van de schofthoogte; de spieren zijn vlak en de achterste rand van de bil is enigszins convex; de breedte (buitenoppervlak) is gelijk aan 3/4 van de lengte ervan; de hoek darmbeen-dijbeen meet ongeveer 115 gr.
Knie: Moet op de verticale lijn liggen die loopt van het zitbeen naar de grond; de hoek scheenbeen-dijbeen is ongeveer 120 graden.
Tweede dij: Iets korter dan de bovendij, toont een schuine stand van 55 gr. onder de horizontale lijn. De convergerende (samenkomende) spieren zijn droog en zeer duidelijk; botstructuur is licht; de groef langs de achillespees is goed duidelijk.
Hak: De afstand van de voetzool tot de punt van de hak is niet meer dan 27% van de schofthoogte; de buitenkant is breed; de hoek scheenbeen-middenvoet is ongeveer 135 gr.
Middenvoet: De lengte is gelijk aan 1/3 van de lengte van het voorbeen, gemeten van de grond tot de elleboog; met cilindrische vorm en in verticale positie, dus loodrecht op de grond; geen wolfsklauwen.
Achtervoeten: Licht ovaal met verder al dezelfde kenmerken als de voorvoeten.
Gang/beweging
Galop, met onderbrekingen door fases van draf.
Huid
Fijn, past goed op de onderliggende weefsels, op alle delen van het lichaam. Kleuren verschillen overeenkomstig die van de vacht. De slijmvliezen en de huid van de neus zijn in de voorgeschreven kleuren voor de neus en moet nooit zwarte vlekken vertonen of pigmentgebrek.
Vacht
Haar:
Glad op het hoofd en de oren en benen; half lang (ongeveer 3 cm) maar glanzend en goed aanliggend op het lichaam en de staart; haar sluik en stug als paardenhaar.
Kleur:
Eenkleurig reekleur, min of meer intens of verwaterd als isabelkleurig, sabel etc.
Reekleurig met min of meer wit (witte bles op het hoofd, witte aftekening op de borst, witte voeten, witte punt aan de staart, witte buik; een witte kraag wordt minder gewaardeerd). Eenkleurig wit of wit met oranje vlekken is toegestaan; een reekleurige vacht met een mengeling van iets lichtere en donkerder haren is toegestaan.
Maat en gewichtSchofthoogte: Reuen van 46 tot 50 cm, tot 52 cm toegestaan. Teven van 42 tot 46 cm, tot 50 cm toegestaan.
Gewicht: Reuen 10 tot 12 kg. Teven 8 tot 10 kg.
Fouten
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout aangerekend wordt moet in de juiste verhouding staan met de mate ervan.
Eliminerende fouten
Agressief of al te schuw.
Convergentie van de assen van de schedel en het gezicht.
Concave voorsnuit.
Duidelijke bovenvoor- of ondervoorbeet.
Lichtgekleurd of wit oog.
Geheel hangende oren of vleermuisoren.
Staart over de rug gedragen.
Zwarte nagels.
Zwarte voetzolen (aan tenen en midden onder).
Zwart verkleurd, zelfs beperkt.
Eenkleurige honden met kleur bruin of leverkleur.
Zwarte of bruine plekken.
Aanwezigheid van zwarte of bruine haren.
Gestroomde vacht.
Zwarte slijmvliezen.
Totaal pigmentgebrek.
Maat boven of 2 cm onder de marge die de standaard aangeeft.Elke hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen vertoond moet gediskwalificeerd worden.N.B.: Manlijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben die geheel in het scrotum afgedaald zijn.
Korte samenvatting
Oorsprong:Op oude Egyptische afbeeldingen uit de periode van ca. 1350 v. Christus zijn al honden te zien met een windhondachtig uiterlijk en grote staande oren: de Tesem. Deze honden zouden van noord-Afrikaanse honden afstammen, hoewel ook vaak wordt gedacht dat de oorsprong van deze Afrikaanse honden in Azië ligt. De Tesemhonden werden meegenomen op handelsreizen en op deze manier raakten ze verspreid in het Middellandse Zeegebied. Doordat de diverse eilanden geïsoleerd liggen ontstonden er diverse aparte populaties van honden die veel van elkaar weghebben en tot op de dag van vandaag een grote gelijkheid tonen. De Cirneco dell'Etna is de Siciliaanse variant van deze honden. Hij was en is de enige hond die op de hellingen van de Etna jaagt. Hij werd voornamelijk ebruikt voor konijnenjacht, maar ook voor hoenders. De Podenco Ibicenco is een half-windhond. Half-windhonden gebruiken niet, zoals "gewone" windhonden, alleen hun ogen voor de jacht, maar ook hun neus en oren. Ze sporen het wild op middels hun reuk en gehoor en pas als ze het daadwerkelijk zien zetten ze hun snelheid in.
Type
Jachthond
Huidig gebruik
De Cirneco dell'Etna is een jachthond en gezelschapshond.
Karakter:Speels en vrolijk, een uitmuntende jachthond met een prima jachtpassie. De Cirneco dell'Etna is actief en aanwezig en heeft veel beweging nodig. Warmte of kou deren hem niet: hij is altijd in voor actie. Erg vriendelijk en aanhankelijk naar mensen. Deze zeer rustieke, stoere, levendige, beweeglijke hond heeft een sterke persoonlijkheid, maar een goed temperament. Hij is een aanhankelijke, opgewekte en vriendelijke gezelschapshond. De Cirneco dell'Etna is gereserveerd ten opzichte van vreemden, maar niet agressief, hij is een goede waakhond. Deze hond gebruikt vooral zijn gezichtsvermogen bij de jacht op konijnen. Met een consequente opvoeding moet al op jonge leeftijd begonnen worden.Opvoeding:Een duidelijke en consequente opvoeding, waarbij een zachte hand nodig is. Net als alle windhonden is ook de Cirneco dell'Etna zelfstandig van aard. Zijn jachtpassie is aanwezig en niet te onderdrukken.
Algemeen beeld:De Cirneco dell'Etna is een middelmatig groot klassiek type windhond met grote, staande oren.
Bouw:Slank en atletisch, krachtig gebouwd en alert en stoer van uitstraling.
Vacht en onderhoud: De vacht van de Cirneco dell'Etna is kort en behoeft erg weinig onderhoud.
Staart:De staart van de Cirneco dell'Etna is lang en wordt laag gedragen.
Kleur:Reekleurig, isabella (grijs geschakeerd), zandkleurig, waarbij witte aftekeningen zijn toegestaan. Wit met reekleurige platen is bij de Cirneco dell'Etna ook toegestaan.
Hoogte en gewicht: De hoogte van de Cirneco dell'Etna reu is 46-50 cm, die van de teef 42-46 cm. Het gewicht van de Cirneco dell'Etna reu is 10-12 kg, die van de teef 8-10 kg.
PORTUGESE PODENGO (Podengo Português)
FCI-Standaard Nr. 94/03-08-2007/NLLAND VAN HERKOMST: Portugal.
DATUM VAN PUBLICATIE VAN DE ORIGINELE GELDENDE STANDAARD: 25.09.1967.
GEBRUIK:
Dit ras is hoofdzakelijk aangetroffen in het noorden van het land. In overeenstemming met hun natuurlijke aanleg worden deze honden gebruikt voor de jacht op konijnen, alleen of in een roedel. Dit is de reden waarom het ras ook de naam draagt van Konijnen Jachthond. Ze worden ook gewaardeerd als goede waakhonden.CLASSIFICATIE F.C.I.:
Groep 5 Spitsen en oertypes
Sectie 7 Oertype - Jachthonden.
Zonder werkproef.
MIDDENSLAG PODENGO
ALGEMENE VERSCHIJNING
Middelmatig van grootte en substantie, proporties goed in balans, goed gespierd en sterk bot.
GEDRAG/KARAKTER
Zeer levendig en schrander, bescheiden en robuust.
HOOFD
Slank, gevormd als een vierzijdige piramide, met een grote basis, maar beduidend versmallend naar het spitse einde. De lengteassen van de schedel en de voorsnuit zijn pergerend.
SCHEDELGEDEELTE
Schedel: Vlak, van opzij bijna recht. Wenkbrauwbogen prominent. Voorhoofdsgroef nauwelijks waarneembaar; het deel tussen de oren horizontaal; occiput prominent.
Stop: Nauwelijks zichtbaar.
GEZICHTSGEDEELTE
Neus: Versmallend naar de wat vooruitstekende punt; het voorste deel van het neusbeen licht hellend; de kleur altijd donkerder dan die van de vacht.
Snuit: Neusbrug (van voren gezien) afgerond, van opzij gezien recht. Snuit korter dan de schedel en breder aan de basis dan het einde vooraan.
Lippen: Nauwsluitend, dun, stevig en horizontaal.Kaken/Gebit: Regelmatig, met sterke witte tanden en kiezen. Normale beet (vert. bedoeld zal zijn: scharend gebit).
Ogen: Zeer levendige expressie; nauwelijks uitstekend buiten de oogkassen; kleur varieert overeenkomstig de vachtkleur, van honingkleurig tot kastanjebruin; klein en schuin geplaatst; kleur van de oogleden donkerder dan de vachtkleur.
Oren: Middelmatig hoog geplaatst en schuin; staand gedragen, zeer beweeglijk; verticaal naar voren als de hond attent is; driehoekige vorm, breed aan de basis, spits toelopend tot de punt; oorlap dun; lengte van het oor opmerkelijk groter dan de breedte bij de aanzet.
HALS
Harmonieuze overgang van hoofd naar lichaam; recht, van passende lengte; sterk en goed gespierd. Geen keelhuis.
LICHAAM
Bovenbelijning: Recht of licht gebogen.
Rug: Lang, recht of licht gebogen.
Lenden: Recht of licht gebogen; breed en gespierd.Kruis: Van gemiddelde lengte, breed en goed gespierd; recht of licht hellend.
Borstkas: Voorborst iets geaccentueerd, gespierd, niet te breed; borstkas diep en lang, van middelmatige breedte; lang borstbeen, naar achteren oplopend; ribben weinig gebogen, schuin geplaatst.
Buik/flanken: Slank, een weinig opgetrokken.
Onderbelijning: Iets oplopend.
STAART
Eerder hoog dan laag aangezet, sterk, dik, middelmatige lengte, dunner wordend naar de fijne punt; hangt in ruststand tussen de benen met de punt naar boven gebogen; in beweging horizontaal gedragen met een lichte opwaartse boog of hoog gedragen in sikkelvorm; nooit in ringvorm gekruld.
LEDEMATEN VOORHAND
Algemeen: Van voren en van opzij gezien verticaal en recht, goed gespierd en droog.
Schouders en opperarm: Lang en schuin; sterk en goed gespierd; vormen een stompe hoek bij het schoudergewricht.
Onderbeen: Verticaal, lang en gespierd.
Middenvoet: Sterk, kort, licht naar voren hellend.
Voorvoeten: Rond; lang, sterk, goed gesloten en sterk gebogen tenen; sterke nagels, kort, liefst donker; oetkussens hard en stevig.
ACHTERHAND
Algemeen: Van achteren en van opzij gezien recht en parallel; goed gespierd, droog.
Dij: Lang, middelmatig breed, gespierd.
Tweede dij: Lang, schuin, sterk gespierd, droog.
Hielgewrichten: Middelmatig hoog geplaatst, droog en sterk, vormen een stompe hoek..
Hakken: Goed bot, kort, schuin staand, zonder wolfsklauwen.
Achtervoeten: Rond; lang sterk, goed gesloten en sterk gebogen tenen; kort, sterk, bij voorkeur donkere nagels; harde en stevige kussens.
GANGWERK/BEWEGING
Snel en lichtvoetig.
HUID
Slijmvliezen liefst met zwart pigment of, in ieder geval, donkerder dan de vacht. Huid dun en nauwsluitend.
VACHT
Beharing: Korte of lange vacht, middelmatig dik; glad bij de kortharige variëteit;'draadachtig (overeenkomstig het borstelhaar van een keiler) bij de langharige variëteit. De korte vacht is dichter dan de lange.
Bij de lange vacht is er een duidelijke ‘baard' aan de onderkaak. Geen ondervacht of pluis.
Kleur: Overheersende kleuren zijn geel, reekleur (in alle schakeringen van licht tot zeer donker) en zwart (verdund of verbleekt) eenkleurig met of zonder witte aftekeningen, of wit als basiskleur met aftekeningen in de vermelde kleuren.
MAAT EN GEWICHT
Schofthoogte: 40 - 55 cm.
Gewicht: 16 - 20 kg.
FOUTEN
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout wordt beoordeeld moet precies overeenkomstig de graad ervan zijn en van het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.
ELIMINERENDE FOUTEN
Agressiviteit of overmatig schuw.
Algehele verschijning. Enig teken van kruising met een Galgo (Spaanse Windhond) of een Perdiguero (Portugese Pointer).
Kaken: Onjuiste beet, slecht geplaatste elementen.
Ogen: Van verschillende kleuren.
Oren: Tiporen of gevouwen oren.
Hals: Gebogen.
Lichaam: Bovenbelijning aanzienlijk gebogen.
Kruis: Overdreven aflopend.
Buik: Te veel opgetrokken.
Staart: Naar boven gekruld.
Wolfsklauwen: Ongewenst (doet afbreuk aan de hond bij de beoordeling).Elke hond die duidelijke fysieke of gedragsafwijkingen vertoond moet gediskwalificeerd worden.N.B.: Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben die volledig zijn ingedaald in het scrotum.
GROTE PORTUGESE PODENGO
De raskenmerken van de Grote Podengo, een bijna uitgestorven variëteit in het land van oorsprong, zijn vrijwel identiek aan die van de Middenslag Podengo, met de volgende uitzonderingen: * Algemene verschijning: Sterke hond met veel substantie, hoofdzakelijk gebruikt voor de hertenjacht.
* Schofthoogte: 55 - 70 cm
KLEINE PORTUGESE PODENGO
De raskenmerken van de Kleine Podengo zijn eveneens bijna identiek aan die van de Middenslag Podengo, met de volgende uitzonderingen:Algemene verschijning: Een kleine hond met wat slankere proporties die gebruikt wordt voor de jacht op konijnen en ook om ze uit hun holen of rotsspleten te drijven.
Schedel: Vlak of iets gebogen.
Lichaam: Het lichaam is langer dan de schofthoogte.
Benen: Kort. Onderarm recht of over de hele lengte iets van buiten naar binnen gedraaid.
Schofthoogte: 20 -30 cm.
Gewicht: 4 - 5 kg.
Algemene Karakterbeschrijving
Het zijn evenwichtige honden, vriendelijk, vrolijk, nieuwsgierig, intelligent, gevoelig, alert en actief. Ze zijn tegelijkertijd onafhankelijk (buiten) en aanhankelijk (binnen), ondernemend en rustig, eigenwijs en gehoorzaam. Als ze het de moeite waard vinden, hebben ze een groot probleem oplossend vermogen, zo kunnen zij bijvoorbeeld zelf alle deuren openmaken, zelfs die van hun bench.. Ook voor de lekkere hapjes op het aanrecht, wordt een oplossing gevonden..
In huis en buiten zijn de meeste Podengo's Portugese tolerant met andere honden, alhoewel het Portugese machogedrag bij reuen nog wel eens heel duidelijk aanwezig is (castratie heeft bewezen een hele goede oplossing te zijn). Ook met kinderen en andere dieren heeft de Podengo geen enkel probleem. In huis vinden ze over het algemeen alles best, mits ze goed zijn gesocialiseerd bij de fokker, kat, loslopende cavia en konijntjes alles wat bij het gezin hoort wordt vriendelijk begroet.
De Portugese Podengo is goed op te voeden, als u hem voldoende weet te motiveren, wat in veel gevallen zeker een aanspraak op uw fantasie zal inhouden, een Podengo zal nooit iets doen zonder dat ze zelf het nut er van inzien!

Het ras Podenco Enano
De Podenco Enano is geen officieel erkend ras volgens de FCI, hij stamt af van de Podenco Canario, maar is veel kleiner, als gevolg genetische modificatie is hij in principe een dwergvorm van de Podenco Canario. Dit ras doet denken aan een mix van Basset en een Podenco, sterk, schouderhoogte + - 35 cm. Hij wordt vanwege zijn omvang vooral voor de jacht in gebouwen en grotten gebruikt.
De Podenco Enano is gelijk aan alle andere Podenco's Canario, maar met kortere benen, zijn lichaam is normaal, zijn hoofd is normaal, zijn staart is normaal, zijn oren zijn normaal, het is een vreemd fenomeen, het is een Podenco met normale parameters, behalve qua lengte van de poten. Hij heeft dus de bouw van een Canario, maar in verhouding tot zijn lichaam erg korte poten.
De Enano jaagt met hetzelfde enthousiasme, moed en precisie als een Podenco Canario.
De Enano werd voor het eerst gezien op het eiland Hierro, vandaar de naam Podenco Enano del Hierro. Hedentendage wordt hij vooral op Tenerife gebruikt voor de jacht op konijnen. Ook zijn er een aantal fokkers die het ras erkend willen zien en de Enano fokken.

De Podenco Ibicenco zachtaardig, vriendelijk en trouw
De Podenco Ibicenco is een middelgrote hond van de Spaanse Balearen. De Balearen zijn Ibiza, Mallorca, Menorca en Formentera. Het is Ibiza dat de Spaanse naam geeft aan dit ras, Podenco Ibicenco. In het Catalaans is de naam Ca Eivessenc. De schofthoogte moet 60-72 cm zijn. Een zekere mate van variatie hierop kan worden worden aanvaard indien de hond van uitzonderlijke kwaliteit is. Verschillende tinten van rood en wit en combinaties van de twee kleuren zijn toegestaan. De vacht komt voor in twee variëteiten: glad en ruwharig. Sommigen willen de zeldzame lange vacht tellen als een derde type vacht, maar vandaag de dag wordt dit gezien als een variant van de ruwharige.
De Podenco Ibicenco is een zeer atletische en elegante hond met lange benen, een slank lichaam met een langgerekte statige kop. Hun grote oren die rechtop staan, zijn het meest opvallende kenmerk. Ze zijn zeer snel en wendbaar met veel sprongkracht. Wanneer Podenco’s Ibicenco jagen gebruiken zij al hun zintuigen. Deze honden werden gefokt voor de wilde jacht, met andere woorden de jacht zonder enige hulp van de menselijke jager. Het zijn zij en niet de jager die de prooi zoeken, het najagen, het doden en tenslotte de prooi ophalen. De jager is gewoon een stille toeschouwer die de honden hun beloning geeft voor de jacht. Het merendeel van de tijd, is de beloning een slok water. De honden zijn erg dorstig in de hitte. Het gebruik van honden om prooi te doden is in veel landen verboden, alleen de jager is het toegestaan om de beoogde prooi te doden, door te schieten.
Wanneer ze worden losgelaten, zoeken de honden eerst het jachtgebied als een roedel af, met behulp van hun reukvermogen sporen zij de prooi op. De meest voorkomende prooidieren zijn konijnen en hazen, maar ook op andere grotere dieren jagen zij. Zodra ze iets opmerken, neemt het zicht en gehoor het over. Dit is wanneer zij hun verbazingwekkende sprongkracht ten toon spreiden. Ze zijn volstrekt onbevreesd wanneer ze een prooi najagen. Niets houdt hen tegen. Ze scheuren dwars door het kreupelhout en over muren en rotsen. Ze lijken te vliegen over alles wat op hun pad komt met koninklijke elegantie.
Met de hulp van hun hoge sprongen krijgen ze een beter overzicht van het landschap en van de plaats waar de prooi zich bevindt. De honden zullen voor navigatie gebruik maken van hun uitstekende gehoor als het gezichtsvermogen ontoereikend is. Als de prooi is waargenomen, zal een van de honden als een bezetene gaan blaffen, en de rest van de roedel zal zich snel samenvoegen voor de jacht. Het konijn wordt onmiddellijk gedood door het breken van de nek of het ruggenmerg. Bij dit ras geeft men er de voorkeur aan dat de prooi levend en ongedeerd aan de jager wordt afgegeven. Een klein aantal van de honden leveren de prooi levend. Als de jager een goede relatie met zijn hond heeft opgebouwd zal de Ibicenco het konijn graag aan hem afgeven.

De grote vraag is: zijn deze jachthonden geschikt als huisdier? Het antwoord is ongetwijfeld JA! Ze zijn uitstekende familiehonden, omdat ze zachtaardig zijn, vriendelijk, geduldig en trouw. Ze zijn knuffelbaar zonder vast te klampen. Sommigen vinden ze een beetje kat-achtig als ze waakzaam en voorzichtig een nieuwkomer bestuderen. Met andere woorden, het is geen hond die zich op uw gasten zal werpen en hen verwelkomen. Er is een gezegde onder de Podenco Ibicenco-eigenaren: U bezit geen Podenco Ibicenco. Zij bezit u!
We vergeten gemakkelijk dat deze honden jachthonden zijn. Het is vooral belangrijk om te onthouden over Podenco’s. Ze worden gefokt voor de jacht op klein wild. Als we niet voorzichtig zijn kunnen een paar buurtkatten en konijnen op mysterieuze wijze verdwijnen. Podenco’s leren snel dat de kleine dieren in het gezin tot de roedel behoren en verboden voor hen zijn. Voor veel Podenco’s, geldt die regel alleen in hun eigen huis en niet voor erbuiten.
Hoewel ze door bezoekers kunnen worden gezien als nobele mythische wezens moet men zich niet laten misleiden door deze facade. De Podenco Ibicenco is een zeer intelligente, actieve en toegewijde hond. Ze zijn zeer hardnekkig en onafhankelijk. Met andere woorden, inventief. Ze zoeken naar manieren om zich te vermaken en dit zal niet altijd gewaardeerd worden door het menselijke deel van de roedel. Ze zijn erg nieuwsgierig en zijn graag onderdeel van alles wat er om hen heen gebeurt. Ze steken graag hun neus overal in, zelfs waar het niet thuishoort. Wanneer u de vuilnis in de vuilnisbak gooit zijn ze er snel bij om u te helpen het er weer uit te halen. Zij zullen uw grenzen testen. Maar vroeg of laat wordt zelfs een Podenco moe. Vergeet niet dat ze kangoeroes in vermomming zijn, en meester klimmers. Hekken rondom de tuin moeten hoog zijn, erg hoog. Denk niet dat je je hond kan inhalen als het ontsnapt is. U hoeft alleen maar achterover te leunen en te wachten tot hij of zij besluit om weer naar huis terug te komen.
Dit is een ras dat veel lichamelijke en geestelijke oefening voor een goede gezondheid vereist. Ze vereisen een actieve familie, geen lusteloze bankzitters. Activiteiten waarvan zij zullen genieten zijn tracking, behendigheid, lure coursing, fietsen, apporteren, en natuurlijk lange wandelingen in de natuur om al hun zintuigen te stimuleren. Ze zijn een gezond ras zonder erfelijke ziekten, zij leven minstens 12-14 jaar. Ze moeten worden opgevoed met gebruik van vriendelijke methoden. Nooit met schreeuwen of slaan. Een Podenco die zich bedreigd voelt, zal bij de eerste gelegenheid er gelijk vandoor gaan. In dat geval zal het heel moeilijk zijn voor de hond om je te vergeven. Men moet inventief zijn om de Podenco Ibicenco te laten doen wat men van hem/haar vraagt. Als ze begrijpen wat we willen en ze denken dat ze er profijt van kunnen hebben, zullen ze het graag met je doen omdat een roedel alles samendoet.
Dit is niet een ras dat makkelijk op te leiden is. Ze kunnen ongelooflijk bedreven zijn in elke competitie zolang ze gemotiveerd zijn. Dus train voor de lol met ze en niet voor een gouden medaille. Als een eigenaar, moet je fysiek actief zijn en in staat zijn om je hond overal mee naar toe te nemen. Ibicenco’s gedijen niet alleen, en bij voorkeur, moeten zij niet als enige hond gehouden worden. Ze zijn zeer gehecht aan hun roedel, zowel menselijke als honden en willen met hen samen zijn. Een eenzame Podenco is een ongelukkig Podenco. Dit is het ras voor een eigenaar met veel humor, zelfvertrouwen en veel geduld. Het leven dat men deelt met een Podenco zal in ieder geval nooit saai zijn.
Het ras Podenco Ibicenco
Rasstandaard
FCI-Standaard Nr. 89 / 04.02.2007/ NL
Land van herkomst: Spanje (Balearen).
Datum van de publicatie van de originele geldende standaard: 26.05.1982.
Gebruik:
De Podenco Ibicenco wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de jacht zonder geweer op konijnen, overdag en 's nachts. Dankzij zijn bijzonder goede reukvermogen dat hij, gekoppeld aan het gehoor, meer gebruikt dan het gezicht van de hond. Hij ruikt en jaagt met gemak konijnen, zelfs in dichte begroeiing. Vlug en snugger vangt hij zijn prooi snel, vooral als hij met andere honden jaagt. Als een hond wild aanwijst, wordt hij omringd door alle andere honden die een zekere afstand bewaren en staan te wachten. Ze blaffen alleen als ze het wild zien of horen en als ze het omringd hebben. Zowel bij het aanwijzen en het vangen van het wild, kwispelen alle honden snel, maar worden gemakkelijk van hun afwachtende houding afgeleid. De Podenco Ibicenco wordt ook gebruikt voor de jacht op hazen en groter wild. Hij is een goed apporterende hond. Op bepaalde uitzonderingen na worden alleen teven gebruikt bij het vormen van een meute, of hoogstens slechts één reu. Reuen werken niet samen bij de jacht en maken ruzie. Als een meute meerdere duizenden konijnen heeft gevangen, kan het gebeuren met dit ras dat enkele honden van die meute niet langer willen jagen, tot ze geruime tijd rust hebben gehad. De Spaanse uitdrukking 'en conillarse' (welterusten) duidt op deze eigenaardigheid.
Classificatie FCI:
Groep 5, Spitsen en oertypes.
Sectie 7, Primitief type jachthonden.
Zonder werkproef.
Kort historisch overzicht:
Dit ras is ontstaan op de Balearen, Majorca, Ibiza, Minorca en Formentera, waar het bekend staat onder de naam 'Ca Eivissec'. Het is ook wijd verspreid in Catalonië, in de omgeving van Valencia, in de Roussillon en de Provence, waar het bekend staat onder de namen Mallorqui, Xarnelo, Mayoquais, Charnegue, Charnegui en Balearenhond. Waarschijnlijk waren deze honden naar de eilanden gebracht door de Feniciërs, Carthagers en mogelijk de Romeinen.
Deze hond is een typisch primitieve en robuuste vertegenwoordiger van een van de oudst bestaande rassen. Afbeeldingen van deze honden zijn gevonden in de graven van de farao's en op voorwerpen in musea, zodat het bestaan van het ras al gerekend kan worden vanaf het jaar 3400 v. Chr.
Belangrijke proporties:De afstand van de punt van de snuit tot de ogen is gelijk aan die van de ogen tot de occiput.
Hoofd:
Als geheel bezien heeft het lange fijne hoofd het voorkomen van een kegel die dichtbij de basis afgesneden is; helemaal droog en tamelijk klein in verhouding tot het lichaam.
Schedelgedeelte
Schedel: Lang en vlak (dolichocefaal = langschedelig). Occiput opvallend, voorhoofdsbeen fijn en vlak.
Stop: Nauwelijks waarneembaar.
Gezichtsgedeelte
Neus: Vleeskleurig. Neusgaten wijd open. Neusbeen licht gebogen.
Snuit: Neusbrug en neus steken voor de onderkaak uit; fijn, lang en vleeskleurig, overeenkomend met de vachtkleur.
Ogen: Schuin staand, klein, lichte amberkleur, doet denken aan karamelkleur. De amberkleur kan min of meer intensief zijn, overeenkomend met de kleur van de vacht. Zonder zeer adellijk te lijken toont de expressie intelligentie, maar ook angst en wantrouwen.
Oren: Altijd stijf, zeer beweeglijk. Steken naar voren of naar opzij in een horizontaal vlak of naar achteren gehouden. Rechtop als de hond levendig is. Het midden van de plaats van het oor is ter hoogte van de ogen. De vorm is die van een lange romboïde (ruitvormig) die afgesneden gevormd is op een derde van de lange diagonaal. Ze zijn fijn, zonder haar aan de binnenkant van de ooropening; van middelgrote, niet overdreven maat.Hals: Zeer droog, zowel boven als onderaan. De lengte is een kwart van de lichaamslengte, licht gebogen en gespierd. De huid is strak, zonder keelhuid. Normaal is de vacht langer en dichter bij de aanzet op het lichaam, vooral bij de gladharige variëteit.
Lichaam: Het lichaam als geheel gezien is symmetrisch, iets gebogen en van middelmatige, gelijke afmetingen, compact en wat langer dan hoog, zonder de verschillen die precies gegeven zijn.
Schoft: Goed gevormd, hoog, droog en lang.
Rug: Lang, recht en buigzaam. Spieren sterk maar vlak.
Lenden: Gebogen, middelmatig breed, sterk en stevig.
Croupe: Sterk aflopend met zichtbare botstructuur; toont zeer sterke, harde spieren.
Borstkas: Diep, smal en lang, maar reikt niet tot de ellebogen. Voorborst spits en duidelijk uitstekend. Vlakke ribben.
Buik: Opgetrokken, maar niet te veel.
Staart: Lang, laag aangezet; naar het eind toe moet er wat langer en ruwer, een beetje afstaand haar zijn. Als de staart tussen de benen door getrokken wordt, moet hij de rugwervels raken. Wat dikker bij de aanzet en dunner wordend naar het eind. Hangt natuurlijk in rust; in beweging sikkelvormig gedragen, min of meer gebogen. Bij voorkeur niet hoog gedragen of te veel boven de rug gekruld.
Ledematen:Voorhand: Verticaal, symmetrisch. Van voren gezien is de positie van de voorbenen zeer dicht naast elkaar; als geheel stevig, met lange ledematen, wat de indruk geeft van een slank, snel en toch sterk dier.
Schouders: Schouderbladen schuin, sterk en vrij bewegend.
Opperarm: Zeer lang, recht, sterk en zeer goed aangesloten in stand.
Elleboog: Breed, staat vrij van de romp, evenwijdig aan het middenvlak van de romp, maar nooit los.
Onderbeen: Verbredend naar de middenvoet.
Middenvoet: Sterk, stevig, breed en goed rechtop.Achterhand: Verticaal met lange, sterke, vlakke spieren.
Hak: Goed gehoekt, breed, laag geplaatst, verticaal, draait niet naar buiten of naar binnen.
VoetenNagenoeg hazenvoeten. Tenen lang en dicht naast elkaar. Overvloedig haar tussen de tenen; nagels zeer sterk en normaal wit, soms overeenkomend met de vachtkleur. Voetkussens zeer hard.
Gangwerk/bewegingHet gewenste gangwerk is een zwevende draf. De galop is zeer snel en geeft de indruk van grote behendigheid.
Huid
Past strak op het lichaam, roodachtig pigment, maar het kan een andere kleur zijn waar de vachtkleuren verschillen.
Vacht
Beharing: Ruw kort haar of lang haar. Het korte haar mag niet zijdeachtig zijn, maar sterk en glanzend. Het ruwe haar moet hard en heel dicht zijn, iets korter op hoofd en oren en iets langer op de achterkant van de dijen en onderkant van de staart. Een baard wordt hoog gewaardeerd. Het lange haar is zachter en moet minstens 5 cm lang zijn. Het hoofd is zeer dicht behaard.
Kleur: Gewenst zijn wit en rood, of geheel wit of rood. Eenkleurige hond is toegestaan, onder voorwaarde dat het een buitengewoon goed exemplaar is; bij de kortharige vachten is deze kleur niet toegestaan.
SchofthoogteReuen: 66 to 72 cm (met een gewicht van ca. 25 kg)
Teven: 60 tot 67 cm. (met een gewicht van ca. 20 kg)Zonder overdreven striktheid: honden die de gewenste maten dicht benaderen, kunnen geaccepteerd worden, aangenomen dat ze van proporties en esthetisch goed zijn.
FoutenElke afwijking van de voorgaande punten moet als fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout aangerekend wordt moet in de juiste verhouding staan met de mate ervan.
Ernstige fouten Hoofd kort en breed.
Stop duidelijk geprononceerd.
Het missen van een premolaar.
Hangoren.
Sterk gebogen ribben.
Ellebogen naar buiten gedraaid.
Koehakken.
Voeten naar buiten gedraaid.
Het kruisen van voeten en hakken bij het gaan.
Eliminerende fouten Schedel in de vorm van een trap (vlak of te hoog in relatie met neusbrug).
Bruin pigment of zwarte plekken op de neus,
Ernstige vorm van vooruitstekende kaken.
Oogleden en lippen: roodkleurig bruin.
Bewijs van kruising met een 'Galgo' of een andere soort windhond:
Gevouwen oren.
Donkere ogen.
Brede croupe.
Nauwelijks zichtbare voorborst.
Dijen rond en breed met zichtbare aderen.Elke hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen vertoond moet gediskwalificeerd worden.N.B.: Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.Dit is de rasstandaard volgens de FCI
Karakter
De Podenco Ibicenco is een half-windhond. Dit betekent dat hij niet alleen zijn ogen gebruikt tijdens de jacht (zoals de "echte" windhonden dat doen), maar ook zijn neus en grote oren. Het ras is gespecialiseerd op konijnen en hazen. Tijdens de jacht kan de Podenco hoge sprongen maken. De Podenco kan rechtstandig, zonder aanloop, 2 meter hoog springen (denk aan de tuin afscheiding)! De Podenco galoppeert niet echt, hij neemt eerder enorme sprongen. De honden jagen in kleinere meutes van 1 reu met meerdere teven of in paren. Meerdere reuen bij elkaar verdragen elkaar over het algemeen niet. Tijdens de jacht blaffen de honden alleen als ze een konijn zien of horen en als ze het hebben ingesloten. De honden werken geheel zelfstandig, opsporen, vangen, doden en tot slot apporteren. Deze manier van jagen vereist een zeer intelligente hond, wat een Podenco dan ook is. Echter: ook een zelfstandige hond, die niet al te best zal luisteren omdat hij het zelf allemaal wel weet. Ook is de Podenco zeer attent: er ontgaat hem zelden iets. Als waakhond is hij daarom ook goed te gebruiken in de zin dat hij aanslaat bij onraad. De hond is echter niet "scherp", eerder terughoudend tegenover vreemden.
De Podenco Ibicenco is intelligent, zeer levendig en temperamentvol. Hij is in huis goed te houden, als hij zijn energie maar buiten kwijt kan. Voor de eigen mensen is de Podenco zeer aanhankelijk. Wel moet hij zeer consequent worden opgevoed; met name de reuen zijn nogal dominant en zullen hun plaats in de roedel willen bepalen. Het luisteren is een probleem; het blijven windhonden: als ze iets zien gaan ze er achteraan. De hond komt wel weer bij je, alleen kan dit even duren. In ons overvolle landje heb je al gauw risico's van wegen en verkeer. De Podenco valt in Nederland officieel onder de zogenaamde "lange honden". Volgens de Jachtwet is het verboden deze honden los te laten lopen (ongeacht waar) omdat ze (kunnen) gaan stropen. Het los laten lopen kan dus het best gebeuren op het strand, een zandvlakte in een groot bos, een zandafgraving of iets dergelijks.
In de omgang met kinderen is hij zeer gemoedelijk: hij raakt snel aan hen en 'zijn' gezin gehecht. De Podenco Ibicenco is enigszins afwachtend als het om vreemden gaat. Bij een vredige situatie laat hij echter snel zijn aardige karakter zien. De omgang met andere dieren is zeer goed, als de Podenco al op jonge leeftijd in contact met ze is geweest
Omdat we te maken hebben met een intelligente en leergierige hond, pikt de Podenco Ibicenco snel dingen op. Het dier reageert echter beter op een vriendelijke stem dan op een agressieve manier van praten. Kenmerkend voor een jachthond, vraagt ook de Podenco Ibicenco om veel beweging. Deze honden passen zich wel snel aan: men kan ze zelfs in een flat houden. Ga dan wel vaak met ze fietsen of maak lange wandelingen en begin hiermee als de hond is uitgegroeid. Door hun nieuwsgierigheid gaan ze vaak achter sporen aan. Aanlijnen en een hoge omheining zijn daarom een goed idee.
De Podenco Ibicenco is gevoelig, intelligent, vriendelijk, levendig, attent, nieuwsgierig en eigenzinnig. Zeer kindvriendelijk door hun open en vriendelijke karakter. Binnenshuis zijn het lieve, speelse, sociale, aanhankelijke honden. Buitenshuis zijn ze vrolijk, sportief, snuffelen graag tijdens de wandeling. Hij galoppeert niet echt, maar neemt eerder enorme sprongen, zal niet te pas en te onpas blaffen, waarschuwt als er onraad is. Podencos kunnen springers zijn, ze ‘zweven’ moeiteloos over een hek van 1,5 meter en hoger en graven graag. Ze worden gemiddeld 12 tot 14 jaar.
Podencos zijn jachthonden met een jachtinstinct, dus konijnen, kippen, cavia’s … kunt u best bij hen uit de buurt houden. Ook met poezen is het oppassen, maar het is zeker niet zo dat een Podenco niet met een poes kan samenleven.
Uiterlijk
De Podenco is een vrij grote hond; de reuen hebben een schofthoogte van maximaal 70 cm. Het meest opvallend zijn de grote staande oren. De ogen zijn baarnsteenkleurig en ok de neus is licht van kleur. Er bestaan drie haarvariëteiten: kort-, ruw- en langhaar. De kleur is rood met wit, ook effen rood en effen wit komt voor. Omdat de jager de bewegingen van de onden in de dichte struiken duidelijk moet kunnen volgen is het zeer gewenst dat de honden in aktie de staart hoog dragen (niet in een krul over de rug) met het eind (met daaraan bij voorkeur een witte punt) voortdurend in beweging.
Verzorging
De Podenco is een schone hond. De vacht vraagt weinig onderhoud; één maal per week een rubberen handschoen en/of kam (afhankelijk van de vacht) is meestal voldoende. De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden, omdat daarin nog wel eens zand etc. zit. Erfelijke gebreken zijn in dit ras niet bekend.Hondenv an 15 jaar zijn geen uitzondering. Het zijn over het algemeen goede eters, waarbij men erop moet letten dat ze niet te dik mogen worden.
De Podenco is zeker geen hond voor iedereen, maar als het klikt heb je een vrolijke, speelse, levenslustige, aparte kameraad.
Het ras Podenco Canario:
Rasgroep: 5. Spitsen en oertypes
Sectie: Oertypes - jachthonden
Geschiedenis van de Podenco Canario
De Podencio Canario is te vinden op alle van de Canarische Eilanden en stamt uit een zeer oud type dat in de oudheid naar de eilanden is gebracht, door de geïsoleerde van de eilanden, is het nog steeds een voorbeeld van de oudste rassen. Men denkt dat dit ras is ontstaan in Egypte en Noord-Afrika, en naar de Canarische Eilanden is meegenomen door de allereerste menselijke kolonisten op de eilanden. Taalkundige en genetische analyses van de nakomelingen van de vroegst bekende menselijke bewoners van de Canarische Eilanden lijken erop te wijzen dat er een gemeenschappelijke oorsprong met de Berbers van Noord-Afrika bestaat, die mogelijk de honden daar hebben gehouden als voedselbron.
Konijnen (Oryctolagus cuniculus) zijn een ernstige plaag in de archipel, toen zij werden ingevoerd (eerst op La Palma) in de 16e eeuw. Hoewel de konijnenjacht met de Podencio Canario een sport is, is het ook een noodzakelijk onderdeel van de bestrijding van konijnenplagen. Jachtseizoenen worden georganiseerd om de konijncontrole te maximaliseren en tegelijkertijd eventuele schade aan agrarische gebieden door jagers en hun honden te minimaliseren.
De Podenco Canario is erkend door La Real Sociedad Canina de España (RSCE, de Spaanse Kennel Club) als een inheems ras, en is internationaal erkend door de Federation Cynologique Internationale ras als nummer 329 in groep 5 Spitsen en oer types, deel 7 : Oer types - jachthonden, Spanje. In Noord-Amerika wordt het ras genoemd door de United Kennel Club als een jachthond in de Sighthound & Pariah Groep. Vanuit zijn vaderland wordt de Podenco Canario gepromoot als een zeldzaam ras, voor een ieder die op zoek is naar een unieke hond. Het is een zeer zelfstandige, onafhankelijke, eigenwijze en speelse hond. Buiten het land van oorsprong weinig of niet voorkomend. Het ras heeft zich uitstekend aangepast aan de Canarische eilanden en het klimaat aldaar: de hond is actief van de vroege morgen tot de late avond en is praktisch onvermoeibaar. Tegenwoordig komt het ras daar veelvuldig voor en is het een zeer homogeen type. Hij wordt vooral gebruikt voor de jacht op konijnen.
Rasbeschrijving
De Podenco Canario is een middelmatig grote, licht rechthoekige hond, lang van lijnen, zeer lichtvoetig en beweeglijk, elegant, slank en uitermate gehard. Deze hond is van het halfwindhondentype. Opvallend zijn de grote staande oren en de rechte rug. De hond straalt veel energie en enthousiasme uit.
Bouw: slank, gespierd en toch stevig en stoer ogend. Ovale ribben. De omvang van de borst is 5-8 cm meer dan de schouderhoogte. De buik is opgetrokken, zonder zo windhondachtig te zijn als die van de Galgo. Duidelijk aangegeven flanken. Het skelet is goed ontwikkeld. De afwezigheid van een onderhuidse vetlaag laat de ribbenkast, de wervelkolom en de heupbeenderen goed uitkomen. Enorm ontwikkelde, droge spieren. De samentrekkingen van de spieren moeten door de huid heen zichtbaar zijn. De voorbenen zijn stevig, volkomen recht, loodrecht en parallel. Ze hebben een fijne maar stevige beenderstructuur. De hoek tussen schouderblad en opperarm bedraagt ongeveer 110 graden. Die tussen dijbeen en onderbeen ongeveer 120 graden en de sprong heeft een hoek van zo’n 130 graden. De draf moet lenig, gestrekt en zeer licht zijn.
Hoofd: langwerpig, in de vorm van een afgeknotte kegel, ca. 20-22 cm lang, uitgesproken achterhoofdsknobbel, geringe stop. Vleeskleurige neusspiegel, open neusgaten. De belijning van het aangezichtsdeel van de schedel verloopt parallel. De schedel is veel langer dan breed; vlak, met een duidelijke achterhoofdsknobbel en een weinig duidelijke stop. De brede snuit steekt duidelijk naar voren en heeft de vorm van een puntige kegel. De neus is iets hoger dan de schedel. Fijne, gesloten lippen, in een kleur die overeenkomt met de neus.
Ogen: klein, kastanjebruin of harmonie met de vachtkleur. Worden bij opwinding licht uit elkaar geplaatst en in rust wat meer naar achteren gedragen.
Oren: groot en rechtopstaand bij oplettendheid, breed aan de basis en smal toelopend naar de geronde punt, naar voren gericht.Gebit: schaargebit. De tanden passen perfect op elkaar en zijn goed ontwikkeld.
Hals: droog, goed bespierd en recht.
Lichaam: vrij lange, rechte rug met uitgesproken heupbeenderen. Middelmatig diepe, ovale borstkas en uitgesproken voorborst.
Ledematen: rechte, sterke voorbenen met goede botten. Krachtige, goed bespierde achterhand.
Voeten: de voorvoeten zijn kattenvoeten, veelal licht naar buiten gedraaid, met stevige ovale voetkussens. Geen Hubertusklauwen.
Staart: moet laag aangezet zijn en tot de punt van de sprong reiken. In actie vormt hij een haak, maar hij mag niet gekruld zijn. Lange, laag gedragen staart.
Vacht: kort en glad tegen de huid aanliggend. De korte vacht van de Podenco Canario behoeft weinig onderhoud.
Kleur: de voorkeur gaat uit naar een rood-witte vacht, met lichter rood of dieper rood, van oranje tot donkerrood (acajou). Alle combinaties van kleuren zijn toegestaan.
Gangwerk: licht en snel.
Schofthoogte: reu 55-64 cm, teef 53-60 cm. Een afwijking van 2 cm meer of minder is toegestaan voor rastypische honden. Het gewicht van de Podenco Canario is 15-25 kg.
Karakter: De Podenco Canario is intelligent en vindingrijk. Hij is aanhankelijk, goedaardig en lief voor kinderen. Moedig en energiek. De Podenco Canario is zeer levendig en aanwezig. Ze zijn zeer gehecht aan de baas en nooit agressief. De Podenco Canario is een half-windhond. Half-windhonden gebruiken niet, zoals "gewone" windhonden, alleen hun ogen voor de jacht, maar ook hun neus en oren. Ze sporen het wild op middels hun reuk en gehoor en pas als ze het daadwerkelijk zien zetten ze hun snelheid in.
Opvoeding: de Podenco Canario heeft een zeer duidelijke opvoeding nodig maar geen harde hand. Deze honden zijn buitengewoon energiek en zelfstandig en als daaraan geen uiting kan worden gegeven heeft verdere opvoeding weinig effect: de honden moeten vooral aan hun behoefte tot beweging kunnen voldoen. In huis zijn ze rustig, vriendelijk en aangenaam in de omgang. Gezien zijn jachtinstinct heeft hij voldoende ruimte en beweging nodig.

Van de Podenco Orito is nog weinig bekend, de informatie hieronder is een vertaling van een Spaans artikel: Misschien te weinig en aanwezig in zeer specifieke gebieden van Andalusië, werd de zogenaamde "Podenco Orito", niet erkend als Andalusische Podenco en was bijna volledig uitgeroeid. Nu, willen enkele jagers, die hen nooit hebben opgegeven voor hun waarde bij de konijnenjacht, de Podenco Orito erkend krijgen als een nieuw Spaans ras. In veehouderij jargon wordt "Orito" een dier genoemd, inclusief de hond, met zwarte of bruine chocolade kleurige vacht met reflecties van goud, "oro." Voorstanders van deze honden, die altijd hebben bestaan in Andalusië, zie ook het woord ‘Orito’, goud, synoniem met de waarde, kwaliteit.
Toen men begon om de Podenco Orito officieel te erkennen als ras waren de verschillen tussen de vachten en afmetingen groot, in sommige plaatsen waren er zelfs compleet zwarte honden, die de lokale bevolking altijd ‘oritos’ noemde en die zeer effectief waren om op konijnen te jagen op die plaatsen waar andere honden niet heengingen.
Maar voor welke reden dan ook, deze honden, deze Podenco’s chocolade bruin of zwart met roodbruine aftekening, werden uitgesloten van de nieuwe Podenco Andaluz standaard. Deze uitsluiting, in een wereld gedomineerd door de standaardisatie opgelegd door de rassen en stambomen, betekende voor de Orito de doodstraf. De Orito"was niet langer een Podenco" en vele jagers begonnen hen te negeren.
Echter, een aantal jagers en boeren waren ontevreden over die beslissing en bleven jagen en hen fokken en hebben de Orito zo behouden voor uitsterving, zij hebben la Asociación Nacional del Podenco Orito Español opgericht en willen de Podenco Orito als ras erkend krijgen door de Spaanse koninklijke hondenvereniging (la Real Sociedad Canina).
“In de erkenning van het ras Podenco Andaluz is een ernstige fout gemaakt, omdat men geen rekening heeft gehouden met de Podenco’s die van nature voorkomen in de verschillende regio’s. De Orito was altijd aanwezig op de oevers van de Genil (Granada) en de Guadalhorce, in Malaga, omdat zij de beste waren om op de konijnen te jagen in deze extreme omstandigheden van onkruid en vocht”.
De eerste tegenslag voor de Orito kwam door de popularisering van de jacht met het geweer. De Orito’s zijn erg goede jagers, de beste om op konijnen met de tanden te jagen, ze houden niet altijd de juiste afstand tot het geweer, zodat de jagers hen begonnen te kruisen met andere honden op zoek om die afstand te verkorten. De nagel aan de doodskist, die bijna het einde voor de Orito betekende, was dat hij niet werd toegelaten als "Andalusische Podenco,". Blijkbaar, toen men tot de erkenning kwam van de Podenco Andaluz als ras, werden de initiatiefnemers geconfronteerd met een obstakel, en dat is de Podenco Portugues, die al bestaat als ras sinds 1954, die een zwarte pigmentatie van de vacht kan hebben, dus de Federación Cinológica Internacional besloot alle Podenco’s die geen witte of kaneelkleurige vacht hebben uit te sluiten.
Van de Podenco Orito is nog weinig bekend, de informatie hieronder is een vertaling van een Spaans artikel (zie diashow): Misschien te weinig en aanwezig in zeer specifieke gebieden van Andalusië, werd de zogenaamde "Podenco Orito", niet erkend als Andalusische Podenco en was bijna volledig uitgeroeid. Nu, willen enkele jagers, die hen nooit hebben opgegeven voor hun waarde bij de konijnenjacht, de Podenco Orito erkend krijgen als een nieuw Spaans ras. In veehouderij jargon wordt "Orito" een dier genoemd, inclusief de hond, met zwarte of bruine chocolade kleurige vacht met reflecties van goud, "oro." Voorstanders van deze honden, die altijd hebben bestaan in Andalusië, zie ook het woord ‘Orito’, goud, synoniem met de waarde, kwaliteit.
Toen men begon om de Podenco Orito officieel te erkennen als ras waren de verschillen tussen de vachten en afmetingen groot, in sommige plaatsen waren er zelfs compleet zwarte honden, die de lokale bevolking altijd ‘oritos’ noemde en die zeer effectief waren om op konijnen te jagen op die plaatsen waar andere honden niet heengingen.
Maar voor welke reden dan ook, deze honden, deze Podenco’s chocolade bruin of zwart met roodbruine aftekening, werden uitgesloten van de nieuwe Podenco Andaluz standaard. Deze uitsluiting, in een wereld gedomineerd door de standaardisatie opgelegd door de rassen en stambomen, betekende voor de Orito de doodstraf. De Orito"was niet langer een Podenco" en vele jagers begonnen hen te negeren.
Echter, een aantal jagers en boeren waren ontevreden over die beslissing en bleven jagen en hen fokken en hebben de Orito zo behouden voor uitsterving, zij hebben la Asociación Nacional del Podenco Orito Español opgericht en willen de Podenco Orito als ras erkend krijgen door de Spaanse koninklijke hondenvereniging (la Real Sociedad Canina).
“In de erkenning van het ras Podenco Andaluz is een ernstige fout gemaakt, omdat men geen rekening heeft gehouden met de Podenco’s die van nature voorkomen in de verschillende regio’s. De Orito was altijd aanwezig op de oevers van de Genil (Granada) en de Guadalhorce, in Malaga, omdat zij de beste waren om op de konijnen te jagen in deze extreme omstandigheden van onkruid en vocht”.
De eerste tegenslag voor de Orito kwam door de popularisering van de jacht met het geweer. De Orito’s zijn erg goede jagers, de beste om op konijnen met de tanden te jagen, ze houden niet altijd de juiste afstand tot het geweer, zodat de jagers hen begonnen te kruisen met andere honden op zoek om die afstand te verkorten. De nagel aan de doodskist, die bijna het einde voor de Orito betekende, was dat hij niet werd toegelaten als "Andalusische Podenco,". Blijkbaar, toen men tot de erkenning kwam van de Podenco Andaluz als ras, werden de initiatiefnemers geconfronteerd met een obstakel, en dat is de Podenco Portugues, die al bestaat als ras sinds 1954, die een zwarte pigmentatie van de vacht kan hebben, dus de Federación Cinológica Internacional besloot alle Podenco’s die geen witte of kaneelkleurige vacht hebben uit te sluiten.
Zonder twijfel, door hun morfologie en karakter, zijn het Podenco’s, maar dan anders, en tussen hen bestaat er een sterke raciale gelijkenis.
Men is ervan overtuigd dat de Orito de voorvader is van alle bestaande Podenco’s op het Iberisch schiereiland. "Het is duidelijk een Podenco, perfect geproportioneerd, statig en een geboren jager. De Orito kan zich aan elke ondergrond aanpassen, hoe hard en nat het ook is, en is sterk onder alle omstandigheden. Waar andere honden niet kunnen komen, dringt de Orito binnen, altijd. "
"In een gesloten woud van doornen, of waar andere honden niet komen door een overmaat aan modder, water, doornen, etc, een betere als de Orito is er niet. Ok, de Orito en de andere Podenco’s die Orito bloed hebben. Want tot nu toe heeft niemand mij een Podenco kunnen tonen, die onder zulke zware omstandigheden, in bramenstruiken, zonder Orito kleur, en die geen Orito voorouders heeft, functioneert. Het zijn geweldige honden!"
"Zijn deze honden geschikt voor de jacht op groot wild? "Ze zijn zeer moedig, "zeer toegewijd, hoofdzakelijk worden ze gebruikt voor de jacht op konijnen, maar men heeft ook gezien dat ze erg goed op patrijs jagen op het land vol onkruid, ze zijn ook goede ongediertebestrijders en geschikt voor de jacht op wilde zwijnen.
De Orito heeft een primitief karakter, en harmonische karaktertrekken, en heeft "een hele gekke periode" tussen de zes en twaalf maanden, waarbij hij zelfs zijn baasje provoceert. Maar zodra ze volwassen worden is er een radicale verandering te zien, en dan zijn ze heel volgzaam en gehoorzaam. "Echter men moet er wel met de Orito op uittrekken zodat er een nauwe band ontstaat, anders kan het anders uitpakken."
De belangrijkste verschillen met de andere Podenco’s zijn: "Alle podenco’s, de Ibicenco, de Canario, Andaluz, de Cirneco, de Portugese, hebben opstaande oren, hebben vergelijkbare proporties en morfologie, maar de Orito is een hond die "zeer geconditioneerd is" voor erg moeilijk terrein, met veel onkruid en vocht, en in feite heeft hij een ondervacht die hem beschermt, zijn huid is harder en de morfologische en craniofaciale kenmerken zijn zeer harmonisch.
Volgens de metingen die worden uitgevoerd door het team van Mariano Herrera, Universiteit van Cordoba, waar ongeveer 115 Podenco’s Orito zijn ingeschreven, de raciale perfectie "is geweldig." 94 procent van de teven zou een ideale morfologie hebben voor het werk dat ze verrichten, maar bij de reuen is dit percentage gedaald naar 76 procent, hij voorspelt een rooskleurige toekomst voor deze honden.
La Asociación Nacional del Podenco Orito Español heeft reeds contact opgenomen met de Spaanse rasvereniging wat betreft de erkenning van de Podenco Orito als ras. twijfel, door hun morfologie en karakter, zijn het Podenco’s, maar dan anders, en tussen hen bestaat er een sterke raciale gelijkenis.

Het ras Podenco Campanero
De Podenco Campanero is niet erkend door de FCI. Onderzoekers in Spanje zien, op basis van wetenschappelijk onderzoek, de Podenco Campanero als een ras. Zeker is dat het gaat om een grote variant Podenco Andaluz.
De Podenco Andaluz Campanero is een Podenco van groot formaat met een witte ruwharige vacht, hij wordt door jagers gezien als de parel onder de Podenco's door zijn onvergelijkbare manier van jagen. De officiële standaard van het grote formaat podenco Andaluz vertelt ons dat de hoogte van de schoft voor reuen is 54 tot 65 cm en voor teven 53 tot 61 cm. De Campanero heeft een harmonische, zeer compacte bouw, een hoge intelligentie, nobel, sociaal en altijd alert.
Om te komen tot een Podenco met een zwaardere bouw (skelet) voor de jacht op groter wild, heeft men in een ver verleden de Podenco gekruist met een Mastiff, resultaat de Podenco Campanero. Het is een levendige hond met een evenwichtig karakter, zeer liefdevol, onderdanig, loyaal en trouw aan zijn baas. Deze hond was geboren om te jagen, met een uitstekend reukvermogen en zeer resistent tegen vermoeidheid, hij is in staat om snel te zoeken en is door niets geïntimideerd.
Hij wordt vooral gebruikt voor de jacht op herten en wilde zwijnen.
'Een ideale jachtgezel, beschermer van het landgoed, een goede gezel in de eenzaamheid van de bergen, trouw tot zijn laatste adem'.


De Maneto is niet erkend door de FCI, alleen door de RSCE (La Real Sociedad Canina de España). De Maneto werd in 2004 erkend als een inheems ras in Spanje. Er is geen wetenschappelijk bewijs van hoe oud het ras is, maar er zijn verschillende honden die lijken op Maneto’s, afgebeeld op foto’s en schilderijen uit de 19e eeuw. Het ras is ontstaan in Andalusië in het zuiden van Spanje. Met name de regio's Cadiz en Malaga, gelden als de bakermat van de geboorte van het Podenco Maneto ras.
U zou dit bijzondere ras simpelweg kunnen beschrijven als een Podenco formaat Teckel. Het gewicht moet tussen de 8,5-11,5 kg liggen. De erkende kleuren zijn verschillende tinten van rood en wit. Ze hebben de karakteristieke opstaande grote oren van een Podenco, maar de karakteristieke Teckel poten. Ze worden net als hun neef de Podenco Andaluz gebruikt voor de konijnenjacht. Men denkt dat de Podenco Maneto is voortgekomen uit de middelgrote Podenco Andaluz. Door gecontroleerde inteelt binnen het ras om de zuivere bloedlijnen in stand te houden, hebben de fokkers het gemuteerde gen in dit ras kunnen voortbrengen, tot het punt dat het nu een duidelijke karakteristiek is voor de indeling van het ras.
De Maneto is een expert in het jagen in dicht struikgewas, ze worden ook gebruikt in smalle ravijnen. Ze zijn uitstekend geschikt voor zowel het opsporen als het ophalen van de prooi, zowel op het land als in het water. Ze worden vaak in combinatie met de Podenco Andaluz gebruikt tijdens de jacht. Zij gaan verder waar de de grotere honden niet kunnen komen. Maneto’s werken vaak dichter bij de jager dan de Andaluz. Wanneer de jager de prooi heeft neergeschoten, gaat de Maneto de prooi ophalen. Maar er zijn ook Maneto’s die net als hun neven zowel de prooi opsporen en doden.

Ze jagen in roedels waar ze elkaar helpen om het konijn op te sporen. Ze zijn niet bijzonder snel, gezien hun korte poten, maar ze werken rustig en methodisch. Tijdens het opsporen werken ze stil en blaffen pas als ze een spoor hebben gevonden. Dan komen de andere honden snel naar die plek toe en samen zullen ze op de prooi jagen.
Maar de Maneto is niet alleen een jachthond, ze zijn ook bekend als zeer lieve huisdieren die zich gemakkelijk aanpassen aan het gezinsleven. Ze willen voortdurend in de omgeving van hun baasjes zijn en zijn erop gebrand om genegenheid te krijgen. Ze vinden het fijn om bij u in bed te slapen en uw voeten te verwarmen tijdens koude winternachten, en zij zullen graag alles voor u doen zolang zij beloond worden met een lekkere beloning (vlees). Dit is een hond die goed geschikt is voor het gezinsleven want ze zijn heel lief voor hun eigen familie. Een ander groot voordeel van de Maneto zijn hun korte poten. Ze kunnen ze niet als wervelende trommelstokken gebruiken die tegen uw gezicht komen tijdens het spelen, zoals hun grote neven vaak doen.
Ze zijn aanhankelijk naar hun gezin, maar kunnen achterdochtig en terughoudend zijn tegenover vreemden. Vaak krijgt hun natuurlijke nieuwsgierigheid en open karakter na een tijdje de overhand. Zeker in het begin is het erg belangrijk om veel tijd met uw Maneto te besteden om een goede band op te bouwen. Het is een zeer onafhankelijke en intelligente hond die uitdagingen moet hebben om zich goed te voelen. Ze hebben een sterk temperament en karakter en zien zichzelf waarschijnlijk als superieur aan andere honden. Daarom is het belangrijk om de Maneto te leren socialiseren met veel verschillende rassen. Andere Maneto''s benaderen ze met veel respect.
De Maneto’s hebben de jacht in hun genen. Dat wil zeggen, de jacht, is geen aangeleerd gedrag, het is iets dat ze vanaf de geboorte hebben. Dus zelfs als je een puppy neemt, die nog nooit in zijn hele leven gejaagt heeft, zal het jachtinstinct onmiddellijk opgewekt worden wanneer ze worden blootgesteld aan bepaalde prikkels. Men moet veel oefenen met het bij zich roepen van de hond, contact maken en de bereidheid om u te volgen. Het voordeel van Maneto’s is dat zij korte poten hebben en dus niet snel van u weg kunnen rennen. Als u een loyale vriendelijke hond zoekt met temperament is de Maneto uitermate geschikt voor u.

Het ras Podenco Maneto
Maneto, Podenco Andaluz Maneto
De Maneto is, een door de FCI niet erkend, Spaans hondenras.
Algemene verschijning:
Klein type hond, zeer compact, sterke structuur, gespierd. Aanzienlijk langer dan hoog.
Grootte: 30–35cm
Gewicht: 8,5–11,5 kg
Oorsprong en Geschiedenis
Hoe lang de kortbenige variant al bestaat, kan niet met zekerheid worden gezegd. Maar er zijn oude schilderijen en foto's uit de 19de Eeuw waarop de Maneto al is afgebeeld. In de provincies Cadiz en Malaga waar de Maneto is ontstaan, heeft hij de reputatie van een held, in het bijzonder betreffende de jacht op konijnen. In een roedel van Podenco's mag de Maneto niet ontbreken. Net als zijn langbenige collega's is de Maneto een teamspeler die uitermate geschikt is voor de jacht, door zijn opgewekte karakter en extreme passie voor de jacht.
Dit ras komt voor in het zuiden van Andalusië, met name in de provincie Cadiz en een deel van de dorpen die grenzen aan de provincie Malaga richting Cadiz, maar hun grootste concentratie bevindt zich in de Campo de Gibraltar. De Maneto is afgeleid van de Podenco Andaluz Talla Medianaz waar mogelijk ontstaan door mutatie of door dwerggroei.
Beschrijving
De smalle kop van de hond heeft de vorm van een kegel en is half zo breed als lang. Hij heeft een enigszins uitgesproken stop. De kleur van de neus en de lippen varieert van honing-gekleurd tot een leder kleur. De Maneto heeft grote staande oren, die ook kunnen worden gevouwen. De benen zijn kort en zeer gespierd. De Maneto komt voor tot een grootte van 35 cm en 11,5 kg in gewicht. De rug is convex (bolrond). Toegestane kleuren zijn kaneel tot rood en een beetje wit. Maar hierover wordt in Spanje bij het fokken niet bekrompen over gedaan. Zo groeit de populariteit van de Maneto met zwarte neus weer onder jagers in Spanje.
Zorg
De Maneto wordt beschouwd als een zeer dappere krijger tijdens de jacht, een hond die nergens bang voor is. Bij vreemden, is hij gereserveerd en voorzichtig. Hij wordt beschouwd als een koppige hond, voor wie gehoorzaamheid en de opvoeding moeilijk is. De hond weet instinctief wat zijn werk is en zal uit zichzelf met de roedel samenwerken.
Gebruik
De hond wordt door zijn geringe afmeting alleen gebruikt voor de kleine jacht en meer specifiek voor de jacht op het konijn. De Maneto is speciaal aangepast aan het Mediterrane berggebied met ondiepe beekjes en krappe ravijnen. In het opsporen van het konijn is hij uitmuntend, hierbij gaat hij heel beheerst te werk. Dit is te wijten aan zijn korte ledematen waarmee hij goed functioneert in een gebied met dikke vegetatie waar moeilijk toegang toe te verkijgen is. De Maneto wordt vooral in de bergen veel gebruikt voor de konijnenjacht waar het onmogelijk is om gebruik te maken van andere Andalusische rassen, die door hun omvang in dit terrein niet geschikt zijn. Verder is hij zeer effectief voor de jacht op vogels met name patrijs en kwartel, alsmede het verzamelen van eenden op het water, hij is een van de belangrijkste verzamelaars van klein wild in alle berggebieden en gebieden met dichte vegetatie en struiken.
Temperament en gedrag: De Maneto is een ingetogen hond met een sterk karakter en die grote waarde hecht aan het domineren en het laten zien van zijn superioriteit over de rest van zijn soortgenoten, deze instelling is aangetoond vanaf de leeftijd van de pup. Zijn relatie met de mens wordt gekenmerkt door een verlangen naar vriendschap en genegenheid. De Maneto is echter een zeer onafhankelijke hond en erkent slechts een baas. De meest opvallende kenmerken zijn: opsporen en jagen op klein wild, uitstekende metgezel voor zijn baas. Toepassingen: Het is een specialist in de jacht op konijnen en verzamelaar van klein wild. Resistentie tegen kou: Aanvaardbaar. Resistentie tegen warmte: Functioneert erg goed onder hoge temperaturen. Aanpassingsvermogen aan ongunstige omstandigheden: Zijn uithoudingsvermogen is groot, en kan vele uren wild najagen. Tolerantie voor uitersten: Is eerst enigszins sceptisch, maar gaat snel over tot normaal en onderdanig gedrag. Reactie op voorspelbare situaties: Hij is erg intelligent en kiest altijd logische reacties. Geheugen: Zeer goed.Psychologisch: Zeer evenwichtig en natuurlijk.
De Podenco Maneto: Roedel jaagt op konijnen (video)

