10 augustus begint het jachtseizoen voor de jacht met honden. De jacht wordt gesplitst in de Caza Menor, konijnen, patrijzen, duiven, klein spul dus en de Caza Major op wilde zwijnen, herten, ibex. De Caza Menor is vooral met Podencos. Ook daar zit weer verschil in. Een variant is zonder geweer en uitsluitend met honden, niet meer dan 3 honden per jager. De andere is met geweer en variërende aantallen honden afhankelijk van de lokale voorschriften.
Ook in de casa major wordt gebruik gemaakt van de Podencos maar dan in combinatie met Galgo’s en Valdueza’s. Wij krijgen vrij weinig Galgo’s en Valdueza’s in de opvang. De Galgo’s zijn iedereen wel bekend. Een Valdueza is een prachtige grote witte hond voortgekomen uit een kruising van een ruw harige Podenco, een beetje Mastin en een vleugje Griffon. Een serieuze jager dus die vooral voor de zwijnenjacht wordt ingezet. De reden dat er hier vooral op klein wild gejaagd wordt is voornamelijk geld en traditie. Andalucia is niet een rijke provincie. Het geld zit aan de kust en voornamelijk in de zakken van buitenlanders. Grote honden zijn duurder in onderhoud en veel mensen kunnen zich geen pack veroorloven, plus het kaliber geweer wat je nodig hebt om een wild zwijn om te leggen met de bijbehorende licentie is voor veel mensen te duur. Met een schot hagel maakt je nog geen deuk in een boos zwijn en met 3 Podenco’s gaat het je ook niet lukken. Komt bij dat het vlees, vanwege de varkenspest, eerst door een dierenarts gekeurd moet worden alvorens je er worsten van kunt draaien. Als ze al geschoten worden, blijven ze liggen waar ze omgevallen zijn, en dat is dan wel weer goed nieuws voor de roofvogels en andere dieren die wel een hapje zwijnenvlees lusten.
Andalucia is een arm gebied en de Podenco’s maakten vroeger voor de boeren die zich geen geweer of munitie konden veroorloven het verschil tussen wel of niet eten. Zeker gedurende de burgeroorlog betekende een goede Podenco eten op tafel en de puppies van een goede jachthond waren meestal al verkocht voor ze geboren waren. Podenco’s hebben niet veel nodig, konden goed tegen de hitte en vingen soms wel 3 konijnen per dag. Dat extra vlees kon weer geruild worden tegen meel, olie of kleding. Dit is ook de reden waarom de Podenco’s hier nog steeds door veel mensen gezien worden als een werkhond, makkelijk te vervangen, niet een deel van de familie.
Ik herinner me een praatje met Paco, mijn buurman. Paco is mijn leeftijd. We hadden het over dierenwelzijn en de jacht. Hij vertelde me dat de kinderen, toen hij ook jong was, het spelletje ‘Dood de hond’ speelden en dat dat volkomen normaal was. Even ter relativering, de dorpen op het Spaanse platteland hebben pas sinds de jaren 60 aansluiting op het elektriciteit- en waterleiding net. Er was 1 telefoon in het dorp en de bodega hier aan het einde van mijn weggetje had een TV, menig bezoeker is onderweg terug naar zijn eigen huisje de moestuin in gerold… Water ging met ezels van de bron naar boven naar de huizen. Wij zaten toen al lang op zaterdag middag voor de (zwart/wit) tv naar The Monkees te kijken.
Langzamerhand verdwijnt de generatie die zo is opgevoed, alhoewel het toch nog wel even zal duren voor de mindset helemaal veranderd is. Ik zie hier nog steeds opa’s met hun kleinzoon op de jacht. Nu heb ik daar op zich geen problemen mee als ik zie dat de honden er prima uitzien, opa met respect met de dieren omgaat. Ik heb wat dat betreft een veel grotere hekel aan mannen in een maillot met glitters, die een stier dood martelen en hun zoon naar het stierenvechtersschooltje brengen.
Ik heb inmiddels al wel wat schoten gehoord, kennelijk kan niet iedereen zich inhouden. Voor het geval dat ik het niet gehoord mocht hebben maakt Bob meestal wel duidelijk dat hij
ergens in Zuid Oost Azië een ploefje gehoord heeft en meldt zich gelijk ziek voor de wandeling. Vervolgens sluipt hij naar boven en wurmt zich met grote moeite onder mijn bed. Als we wel aan de wandel zijn en er wordt ergens geschoten wordt de paniek knop ingedrukt, gaat de remparachute uit en moeten we stante pede naar huis en wel via de kortste route. Hij weet ook feilloos het verschil tussen zomaar blaffende pods en een ‘rehala’ oftewel een pack jachthonden. Ik vermoed dat hij in zijn vorige leven wel eens achterna gezeten kan zijn door jagende honden.
Ik hoop echt dat we niet teveel achtergelaten honden binnenkrijgen want we zitten al mutje vol. Veel puppies in alle soorten, maten en kleuren, een paar border collies waarvan één van een oude baas, een klein York achtig hondje dat na twee dagen beviel van 2 kinders (helaas hebben ze het niet overleefd), een aantal struikrovers met krulletjes en een prikbaard en natuurlijk Podenco’s.
Zonnige groet, Renee - Vrijwilligster bij GPAR in Rute


