nlenes
LOGIN
Login of maak een account aan
Avatar
Nog geen account?

Maak een gratis account aan.

Wachtwoord vergeten? - Gebruikersnaam vergeten?

Herinner mij

logo-anbi.jpg

Column Trudi Ooms

Het is zover. We zijn er klaar voor. We gaan weer een weekje met de honden naar Texel. Alles is weer met militaire precisie ingeladen en als laatste prop ik nog even mijn overvolle tas tussen partner zijn benen. Ik rij altijd waarom weet ik ook niet, maar waarschijnlijk omdat we er dan eerder zijn. 
De hele buurt is inmiddels uitgelopen om ons uit te zwaaien. Ik vermoed dat sommigen zelfs de vlag uithangen. Ook zij hebben een weekje “vakantie”.
Voordat we wegrijden controleer ik hysterisch de raamvergrendeling. Dot heeft ooit onder het rijden een raam laten zakken. Dat was goed voor een hartverzakking die twee uur aanhield. 
Tijdens het wegrijden check ik nog een aantal keren zowel de raam als de deurvergrendeling totdat partner geïrriteerd vraagt of ik nu onderhand ook op de weg wil letten. 
We draaien de snelweg op als ik om een krentenbol vraag. “Godallemachtig” moppert hij “we rijden net twee minuten.” 
“En een blikje cola graag?” vraag ik lief. 
“Had thuis gewoon gegeten” zegt hij geïrriteerd terwijl hij achterstevoren een krentenbol zoekt in één van de tassen. “Ja, daar had ik nogal tijd voor” antwoord ik. Hij graait in de diverse tassen als ik me ineens realiseer dat ik ze in mijn eigen tas gestopt heb. 
“Oh sorry, zeg ik “ze zitten in de tas tussen je benen”. 
Zijn reactie zal ik een ieder besparen. 
Siep blaft nog steeds oorverdovend hard en nog geïrriteerder gilt hij naar achteren dat ze haar kop moet houden. 
Wat denkt Siep daar kan ik overheen en doet er nog een octaafje bovenop. 
“Rustig maar” zeg ik met volle mond. “Bij Alkmaar is ze het wel zat joh. Dat weet je inmiddels toch?”
Ik krijg een dodelijke blik. “Hè lekker vakantie” grinnik ik. 
Maar deze keer hebben we mazzel, bij de Wijkertunnel is alles rustig. En we hebben nog meer mazzel als we in den Helder meteen de boot op kunnen rijden. We zijn de laatste. 
Ik zet de motor af en ineens horen we iets dat verdacht veel op een braakgeluid lijkt. En ja hoor, ondanks de reistablet redt Yip het wederom net niet. Er ligt een klein beetje schuim met een sperzieboon op de slaapzak. Het valt gelukkig reuze mee deze keer. Maar bij de aanblik van dat frutje begint partner te kokken. Nog net op tijd kan ik hem een lege Jumbo-kots-maar-vol-tas aanreiken (standaard uitrusting)als hij gierend over zijn nek gaat. 
Ik zou me serieus oprecht zorgen maken als hij het deze keer had binnen gehouden, maar dit terzijde. 
Ik ruim onderhand het niet noemenswaardige beetje spuug van Yip op. 
Als partner klaar is vraag ik of hij zijn zak even in een prullenbak wil deponeren. 
“Je mag vanwege Corona de auto niet uit” piept hij en blijft met de volle Jumbo tas op schoot zitten. De lucht is inmiddels niet meer te harden in de toch al bedompte auto. 
“Je gaat nu die zak wegbrengen of je loopt de rest naar de Koog maar” brul ik. Waarop Siep meteen denkt dan blaf ik voor de gelegenheid ook maar weer even mee. 
Partner kiest uiteindelijk eieren voor zijn geld en sluipt als een inbreker tussen de auto’s door naar een prullenbak. 
We mogen van de boot af en rijden achteraan de lange rij auto’s naar ons vakantiehuisje. 

image7
Daar aangekomen worden eerst de honden even uitgelaten en daarna wordt met dezelfde militaire precisie de auto weer uitgeladen. 
Nadat alles in-en-opgeruimd is gaan we een stuk wandelen met de honden. Het is prachtig weer. 
Als we weer binnen zijn, de honden hebben gegeten gaat partner nog even naar buiten. 
Hij heeft namelijk een drone gekocht en wil deze even uitproberen. Ik vind het prima. De achtertuin is zo groot dus dat moet lukken zonder dat we de drone na twee minuten al hoeven te gaan zoeken. 
Ik begin inmiddels aan het eten als ik me kapot schrik omdat de honden bijna door de ruit vliegen. 
Staat het baasje, op zijn slippers, in het natte gras, aan de voorkant met die drone te klooien. En dat ding vliegt maar voor het raam heen en weer. 
Nee, dat is slim met vier jachthonden. Ik gebaar heftig dat hij moet opsodemieteren naar de achtertuin maar hij interpreteert mijn gebaren kennelijk als “gaaf” en laat de drone nog eens even vlak langs het raam scheren met knipperende lichten. De honden worden bijkans gek. 
Ik ben blij dat het huisje vrijstaand is. Wat een pokkenherrie. 
“Leuk hè” roept partner enthousiast als hij met zijn natte zandpoten even later naar binnen banjert. 
“Nou” zeg ik. “Echt jammer dat we maar een week blijven.” Zucht!